Vonnis van 12 november 2007- Rol nr. 06/1354/A

Arrest

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK


1. De betwisting heeft betrekking op volgende aanslag in de vennootschapsbelasting die werd gevestigd in hoofde van eiseres:

* Artikel 843.600.946, gemeente Kortrijk, aanslagjaar 2003, inkomsten van de balans op 31 december 2002, datum uitvoerbaarverklaring 19 oktober 2004, te betalen saldo 4.419,87 EUR.

2. Eiseres is een doktersvennootschap met als enige vennoot een geneesheer die ook de zaakvoerder is.

Op 4 september 2002 heeft eiseres voor de prijs van 140.490 EUR het twintigjarig vruchtgebruik gekocht van een appartement, met garage, in oprichting gelegen te ... De blote eigendom van het onroerend goed is in dezelfde notariële akte d.d. 4 september 2002 aangekocht door de heer F. D. (zaakvoerder en enige vennoot van eiseres) en mevrouw M. N. (echtgenote van de heer F. D. en vreemd aan eiseres).

Met een bericht van wijziging d.d. 9 maart 2004 laat de administratie o.a. weten de aankoop en de kosten van het vruchtgebruik van het appartement niet als bedrijfsmatig te weerhouden ingevolge artikel 49 WIB 1992, omdat deze aankoop niet kadert in het maatschappelijk doel van de vennootschap. Een belastingverhoging van 10 % wordt aangekondigd.

Eiseres gaat niet akkoord met deze wijziging.

In de kennisgeving van beslissing tot taxatie d.d. 13 augustus 2004 laat de administratie weten bij haar standpunt te blijven wat betreft het verwerpen van de kosten van het vruchtgebruik en de opgelegde belastingverhoging.

De betwiste aanslag wordt gevestigd conform de kennisgeving van beslissing tot taxatie.

Door eiseres wordt d.d. 4 januari 2005 bezwaar ingediend.

Bij directoriale beslissing d.d. 9 maart 2006 wordt het bezwaarschrift gegrond verklaard wat betreft de belastingverhoging (deze wordt ontheven) en voor het overige ongegrond verklaard.

Tegen deze beslissing wordt fiscaal verhaal ingesteld.

3. Eiseres vraagt dat :

 * zo nodig een prejudiciële vraag gesteld wordt aan het Grondwettelijk Hof;

 * de betwiste aanslag wordt vernietigd en/of wordt ontheven;

 * terugbetaling wordt bevolen van alle sommen die ingevolge deze aanslag werden geïnd, vermeerderd met de intresten;

 * verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

4. Verweerder vraagt om de vordering ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en eiseres te veroordelen tot de kosten van het geding.

Subsidiair vraagt verweerder om, indien de vordering van eiseres gegrond zou verklaard worden, de betwiste aanslag slechts te ontheffen t.b.v. 4.018,06 EUR gezien het overige reeds werd ontheven ingevolgde de directoriale beslissing d.d. 9 maart 2006.

III. BEOORDELING

A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

B. Betreffende de grond

1. Verweerder is van mening dat de aankoop van het vruchtgebruik van het onroerend goed manifest in tegenspraak is met het maatschappelijk doel van de vennootschap, in concreto de uitoefening van de geneeskunde op het gebied van radiologie, zelfs als het de bedoeling zou zijn dit appartement te verhuren. Het feit dat het onroerend goed na verloop van de termijn voorzien in de akte overgaat naar de blote eigenaars wijst er volgens verweerder op dat deze handeling in strijd is met artikel 1 van de Vennootschappenwet.

2. De zienswijze van verweerder is volgens eiseres in strijd met artikel 49 WIB 1992, artikel 1 van de Vennootschappenwet, artikel 6 WIB 1992 en de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

3. Artikel 49 WIB 1992 bepaalt: " Als beroepskosten zijn aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige in het belastbaar tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, in geval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.

Als in het belastbare tijdperk gedaan of gedragen worden beschouwd, de kosten die in het tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen  of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en ook als zodanig zijn geboekt."

Artikel 1 van de Vennootschappenwet omschrijft een vennootschap als " een contract op grond waarvan twee of meer personen overeenkomen iets in gemeenschap te brengen met als doel één of meer nauwkeurig omschreven activiteiten uit te oefenen en met het oogmerk aan de vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen".

4. Uit de omstandigheden dat een vennootschap een rechtspersoon is, opgericht met het oog op een winstgevende activiteit, volgt niet automatisch dat al haar uitgaven afgetrokken kunnen worden van haar brutowinst. Uitgaven van een vennootschap kunnen worden aangemerkt als aftrekbare beroepskosten, wanneer zij inherent zijn aan de uitoefening van het beroep, dit wil zeggen wanneer ze in noodzakelijk verband staan met de maatschappelijke activiteit van de vennootschap (Cass., 12 december 2003, F.J.F., 2004/131).

Volgens de statuten van eiseres betreft het een burgerlijke vennootschap die de rechtsvorm heeft aangenomen van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en met als doel "het uitoefenen van de geneeskunde door de geneesheer-vennoot op het gebied van radiologie, dit door de enige vennoot-geneesheer, rekening houdend met de Medische Plichtenleer. De geneeskunde wordt uitgeoefend in naam en voor rekening van de vennootschap ... Om deze doelstellingen te kunnen verwezenlijken, mag de vennootschap alle onroerende en roerende verrichtingen uitvoeren, zoals onder andere het beheer en de exploitatie van onroerende goederen, die ze mag aankopen, bouwen, verbouwen, huren en verhuren".

Aangezien het oorzakelijk verband tussen enerzijds de aankoop van het vruchtgebruik van het onroerend goed en anderzijds het medisch doel van eiseres niet bewezen is, mogen de kosten niet worden afgetrokken op basis van artikel 49 WIB 1992.

5. Deze stelling van de administratie en de rechtbank voegt geen voorwaarde toe aan artikel 49 WIB 1992. Het oorzakelijke verband tussen de kosten en het doel, zijnde de maatschappelijke activiteit of het beroep, is vereist door artikel 49 WIB 1992.

Uit het bericht van wijziging d.d. 9 maart 2004 blijkt dat eiseres een lening heeft aangegaan tot betaling van de aankoop, zodat er geen sprake is van belegging van winst en belaste reserves van eiseres en de kosten dan ook geen gevolg kunnen zijn van haar statutair doel.

Ook artikel 1 van de Vennootschappenwet wordt niet geschonden door de stelling van de administratie en de rechtbank. Uit het artikel blijkt duidelijk dat het oogmerk om de vennoten een vermogensvoordeel te bezorgen moet kaderen in het doel , zijnde de maatschappelijke activiteit. De contractuele gemeenschap heeft volgens artikel 1 een doel en een oogmerk, niet een doel of een oogmerk.

Het Wetboek der Inkomstenbelastingen bevat nergens een bepaling dat kosten aftrekbaar zijn op voorwaarde dat de overeenkomstige inkomsten belast worden. Het (mogelijk in de toekomst) belasten van de huurinkomsten belet niet dat de kosten verworpen worden omdat het principe van de eigenheid van de vennootschap overtreden wordt. Artikel 6 WIB 1992 is dus helemaal niet geschonden.

Eiseres stelt dat de grondwettelijk voorziene gelijkheids- en non-discriminatiebeginselen geschonden zijn. Van een schending van het gelijkheidsbeginsel kan evenwel slechts sprake zijn wanneer een vergelijkbare toestanden ongelijk worden behandeld. Kosten in inkomsten betreffen geen vergelijkbare toestanden zodat eiseres ten onrechte de artikelen 10 en 11 van de grondwet en de rechtspraak van het Arbitragehof in zijn arrest 75/2000 van 21 juni 2000 heeft ingeroepen.

Op de zitting van 15 oktober 2007 heeft eiseres een arrest d.d. 31 oktober 2006 van het Hof van Beroep te Antwerpen neergelegd. In dit arrest maakt het Hof toepassing van artikel 26 WIB 1992 en stelt dat de belasting van het voordeel van alle aard wegens kosteloze terbeschikkingstelling van het onroerend goed, de niet aftrekbaarheid in hoofde van de verstrekker van het voordeel uitsluit.

De rechtbank stelt evenwel vast dat uit niets blijkt dat de enige vennoot van eiseres voor het aanslagjaar 2003 is belast op een voordeel van alle aard wegens de kosteloze terbeschikkingstelling van het onroerend goed. Toen eiseres op 4 september 2002 het vruchtgebruik heeft aangekocht, was het gebouw trouwens nog in oprichting.

Wanneer het standpunt van de voorrang van artikel 26 WIB 1992 op artikel 49 WIB 1992 zou worden gevolgd, zou dit betekenen dat in principe elke kost aftrekbaar is, voor zover deze bij de verkrijger een belastbaar inkomen uitmaakt. Gezien dit in de meeste gevallen zo is, zou dit impliceren dat artikel 49 WIB 1992 in veel gevallen niet meer dan een dode letter is. De aftrekbaarheid van de kosten kan hier dan ook niet worden bekomen op grond van artikel 26 WIB 1992.

Evenmin kan er sprake zijn van een alternatieve bezoldigingswijze voor aanslagjaar 2003.

6. De eis is zodoende ongegrond.

C. Betreffende de kosten

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017,1° lid Ger.W. de gerechtskosten dragen.

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten
ge - Vonnis van 12 november 2007- Rol nr. 06/1354/A

Arrest

II. BIJZONDERSTE GEGEVENS VAN DE ZAAK

1. De betwisting heeft betrekking op volgende aanslag in de vennootschapsbelasting die werd gevestigd in hoofde van eiseres:

* Artikel 843.600.946, gemeente Kortrijk, aanslagjaar 2003, inkomsten van de balans op 31 december 2002, datum uitvoerbaarverklaring 19 oktober 2004, te betalen saldo 4.419,87 EUR.

2. Eiseres is een doktersvennootschap met als enige vennoot een geneesheer die ook de zaakvoerder is.

Op 4 september 2002 heeft eiseres voor de prijs van 140.490 EUR het twintigjarig vruchtgebruik gekocht van een appartement, met garage, in oprichting gelegen te ... De blote eigendom van het onroerend goed is in dezelfde notariële akte d.d. 4 september 2002 aangekocht door de heer F. D. (zaakvoerder en enige vennoot van eiseres) en mevrouw M. N. (echtgenote van de heer F. D. en vreemd aan eiseres).

Met een bericht van wijziging d.d. 9 maart 2004 laat de administratie o.a. weten de aankoop en de kosten van het vruchtgebruik van het appartement niet als bedrijfsmatig te weerhouden ingevolge artikel 49 WIB 1992, omdat deze aankoop niet kadert in het maatschappelijk doel van de vennootschap. Een belastingverhoging van 10 % wordt aangekondigd.

Eiseres gaat niet akkoord met deze wijziging.

In de kennisgeving van beslissing tot taxatie d.d. 13 augustus 2004 laat de administratie weten bij haar standpunt te blijven wat betreft het verwerpen van de kosten van het vruchtgebruik en de opgelegde belastingverhoging.

De betwiste aanslag wordt gevestigd conform de kennisgeving van beslissing tot taxatie.

Door eiseres wordt d.d. 4 januari 2005 bezwaar ingediend.

Bij directoriale beslissing d.d. 9 maart 2006 wordt het bezwaarschrift gegrond verklaard wat betreft de belastingverhoging (deze wordt ontheven) en voor het overige ongegrond verklaard.

Tegen deze beslissing wordt fiscaal verhaal ingesteld.

3. Eiseres vraagt dat :

* zo nodig een prejudiciële vraag gesteld wordt aan het Grondwettelijk Hof;

* de betwiste aanslag wordt vernietigd en/of wordt ontheven;

* terugbetaling wordt bevolen van alle sommen die ingevolge deze aanslag werden geïnd, vermeerderd met de intresten;

* verweerder wordt veroordeeld tot betaling van de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding.

4. Verweerder vraagt om de vordering ontvankelijk doch ongegrond te verklaren en eiseres te veroordelen tot de kosten van het geding.

Subsidiair vraagt verweerder om, indien de vordering van eiseres gegrond zou verklaard worden, de betwiste aanslag slechts te ontheffen t.b.v. 4.018,06 EUR gezien het overige reeds werd ontheven ingevolgde de directoriale beslissing d.d. 9 maart 2006.

III. BEOORDELING

A. Betreffende de toelaatbaarheid

Verweerder voert geen redenen aan die tot de ontoelaatbaarheid van de eis kunnen leiden. Nu de rechtbank evenmin middelen van ontoelaatbaarheid, die zij ambtshalve zou moeten opwerpen, vaststelt, is de eis toelaatbaar.

B. Betreffende de grond

1. Verweerder is van mening dat de aankoop van het vruchtgebruik van het onroerend goed manifest in tegenspraak is met het maatschappelijk doel van de vennootschap, in concreto de uitoefening van de geneeskunde op het gebied van radiologie, zelfs als het de bedoeling zou zijn dit appartement te verhuren. Het feit dat het onroerend goed na verloop van de termijn voorzien in de akte overgaat naar de blote eigenaars wijst er volgens verweerder op dat deze handeling in strijd is met artikel 1 van de Vennootschappenwet.

2. De zienswijze van verweerder is volgens eiseres in strijd met artikel 49 WIB 1992, artikel 1 van de Vennootschappenwet, artikel 6 WIB 1992 en de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

3. Artikel 49 WIB 1992 bepaalt: " Als beroepskosten zijn aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige in het belastbaar tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, in geval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed.


Als in het belastbare tijdperk gedaan of gedragen worden beschouwd, de kosten die in het tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen  of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en ook als zodanig zijn geboekt."

Artikel 1 van de Vennootschappenwet omschrijft een vennootschap als " een contract op grond waarvan twee of meer personen overeenkomen iets in gemeenschap te brengen met als doel één of meer nauwkeurig omschreven activiteiten uit te oefenen en met het oogmerk aan de vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bezorgen".

4. Uit de omstandigheden dat een vennootschap een rechtspersoon is, opgericht met het oog op een winstgevende activiteit, volgt niet automatisch dat al haar uitgaven afgetrokken kunnen worden van haar brutowinst. Uitgaven van een vennootschap kunnen worden aangemerkt als aftrekbare beroepskosten, wanneer zij inherent zijn aan de uitoefening van het beroep, dit wil zeggen wanneer ze in noodzakelijk verband staan met de maatschappelijke activiteit van de vennootschap (Cass., 12 december 2003, F.J.F., 2004/131).

Volgens de statuten van eiseres betreft het een burgerlijke vennootschap die de rechtsvorm heeft aangenomen van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid en met als doel "het uitoefenen van de geneeskunde door de geneesheer-vennoot op het gebied van radiologie, dit door de enige vennoot-geneesheer, rekening houdend met de Medische Plichtenleer. De geneeskunde wordt uitgeoefend in naam en voor rekening van de vennootschap ... Om deze doelstellingen te kunnen verwezenlijken, mag de vennootschap alle onroerende en roerende verrichtingen uitvoeren, zoals onder andere het beheer en de exploitatie van onroerende goederen, die ze mag aankopen, bouwen, verbouwen, huren en verhuren".

Aangezien het oorzakelijk verband tussen enerzijds de aankoop van het vruchtgebruik van het onroerend goed en anderzijds het medisch doel van eiseres niet bewezen is, mogen de kosten niet worden afgetrokken op basis van artikel 49 WIB 1992.

5. Deze stelling van de administratie en de rechtbank voegt geen voorwaarde toe aan artikel 49 WIB 1992. Het oorzakelijke verband tussen de kosten en het doel, zijnde de maatschappelijke activiteit of het beroep, is vereist door artikel 49 WIB 1992.

Uit het bericht van wijziging d.d. 9 maart 2004 blijkt dat eiseres een lening heeft aangegaan tot betaling van de aankoop, zodat er geen sprake is van belegging van winst en belaste reserves van eiseres en de kosten dan ook geen gevolg kunnen zijn van haar statutair doel.

Ook artikel 1 van de Vennootschappenwet wordt niet geschonden door de stelling van de administratie en de rechtbank. Uit het artikel blijkt duidelijk dat het oogmerk om de vennoten een vermogensvoordeel te bezorgen moet kaderen in het doel , zijnde de maatschappelijke activiteit. De contractuele gemeenschap heeft volgens artikel 1 een doel en een oogmerk, niet een doel of een oogmerk.

Het Wetboek der Inkomstenbelastingen bevat nergens een bepaling dat kosten aftrekbaar zijn op voorwaarde dat de overeenkomstige inkomsten belast worden. Het (mogelijk in de toekomst) belasten van de huurinkomsten belet niet dat de kosten verworpen worden omdat het principe van de eigenheid van de vennootschap overtreden wordt. Artikel 6 WIB 1992 is dus helemaal niet geschonden.

Eiseres stelt dat de grondwettelijk voorziene gelijkheids- en non-discriminatiebeginselen geschonden zijn. Van een schending van het gelijkheidsbeginsel kan evenwel slechts sprake zijn wanneer een vergelijkbare toestanden ongelijk worden behandeld. Kosten in inkomsten betreffen geen vergelijkbare toestanden zodat eiseres ten onrechte de artikelen 10 en 11 van de grondwet en de rechtspraak van het Arbitragehof in zijn arrest 75/2000 van 21 juni 2000 heeft ingeroepen.

Op de zitting van 15 oktober 2007 heeft eiseres een arrest d.d. 31 oktober 2006 van het Hof van Beroep te Antwerpen neergelegd. In dit arrest maakt het Hof toepassing van artikel 26 WIB 1992 en stelt dat de belasting van het voordeel van alle aard wegens kosteloze terbeschikkingstelling van het onroerend goed, de niet aftrekbaarheid in hoofde van de verstrekker van het voordeel uitsluit.

De rechtbank stelt evenwel vast dat uit niets blijkt dat de enige vennoot van eiseres voor het aanslagjaar 2003 is belast op een voordeel van alle aard wegens de kosteloze terbeschikkingstelling van het onroerend goed. Toen eiseres op 4 september 2002 het vruchtgebruik heeft aangekocht, was het gebouw trouwens nog in oprichting.

Wanneer het standpunt van de voorrang van artikel 26 WIB 1992 op artikel 49 WIB 1992 zou worden gevolgd, zou dit betekenen dat in principe elke kost aftrekbaar is, voor zover deze bij de verkrijger een belastbaar inkomen uitmaakt. Gezien dit in de meeste gevallen zo is, zou dit impliceren dat artikel 49 WIB 1992 in veel gevallen niet meer dan een dode letter is. De aftrekbaarheid van de kosten kan hier dan ook niet worden bekomen op grond van artikel 26 WIB 1992.

Evenmin kan er sprake zijn van een alternatieve bezoldigingswijze voor aanslagjaar 2003.

6. De eis is zodoende ongegrond.

C. Betreffende de kosten

Gezien eiseres in het ongelijk wordt gesteld, moet zij overeenkomstig artikel 1017,1° lid Ger.W. de gerechtskosten dragen.

OM DEZE REDENEN,

De rechtbank,

Wijzende in eerste aanleg en op tegenspraak.

Alle verdere middelen van partijen verwerpend als niet dienend.

Verklaart de eis toelaatbaar doch wijst ze af als ongegrond.

Veroordeelt eiseres tot de gedingkosten

Décharge de responsabilité: aucun lecteur ne peut agir sur base des informations contenues sur ce site sans prendre l'avis d'un tiers professionnel.